Komkommertijd

Komkommertijd op het werk is een zalige periode: minder collega’s, minder telefoons, rustig kunnen doorwerken…

Eigenlijk denk ik aan komkommertijd het hele jaar door: wanneer ik een interessant project wil vormgeven, wil nadenken over een nieuwe procedure, tijd wil nemen om mij verder in te werken in mijn vakgebied, en andere zaken die niet dringend zijn, dan maak ik een zomer to do lijstje. Het lijstje maken neemt de druk van je schouders tijdens het hectische werkjaar, verlicht je hoofd omdat je het in een lijstje giet, en zorgt ervoor dat je tijdens de zomermaanden een takenpakket hebt uitgedokterd. Een soort back-up plan wanneer de normale drukte volledig wegvalt.

Komkommertijd heeft ook wel nadelen: teveel rust werkt niet altijd zo motiverend, een beetje druk heb je soms nodig om toch je taken aan te vatten. Als ik zo’n lastig moment heb, probeer ik de taken op te splitsen in deeltaken, zo lijkt de brok niet te groot. Ik zorg voor genoeg variatie en ik kijk erop toe om elke dag een paar uren met taken bezig te zijn die ik heel graag doe. Als ik te lang bezig ben met een taak die me niet motiveert, wordt het echt lastig.

Ook is het leuk om tijdens de zomerperiode eens wat vaker te praten met collega’s die je minder goed kent. Een zomer terrasje delen tussen de middag is een mooie gelegenheid om elkaar te leren kennen en te waarderen. Wanneer er minder collega’s zijn, is praten in een kleinere groep ideaal om elkaar beter te leren kennen. Ik vind het zalig om op die manier een hobby te ontdekken die ik nog niet kende, een leuke website, een tof vakantieadres…mijn collega’s inspireren me!

Komkommertijd is een mooie periode om de balans op te maken van het voorbije jaar: wat heb ik gespresteerd op het werk, maar wat heb ik ook privé bereikt? Welke initiatieven kan ik nog verder op poten zetten om mijn werk alsnog met veel enthousiasme, goede moed en ambitie aan te pakken? Welke factoren waren positief, welke minder? Een nieuw to do lijstje dat ook motiverend kan werken om het najaar fris en monter aan te vatten.

En heb ik mijn zomer besteed aan vele kleine taakjes die zo niet zo leuk waren? Dan ben ik nog trots op mezelf dat ik die taken heb afgerond, ook al waren ze vervelend en willen weinig collega’s er zich mee bezig houden. Dat is ook manier om de zomer af te sluiten en me schrap te zetten voor een boeiender najaar!

Pomodoro techniek 

Toen ik dacht aan een manier om mijn werktijd beter te chronometreren, wist ik niet dat een Italiaanse tomaat (‘pomodoro’) de oplossing zou bieden! 

Op internet las ik iets over de pomodoromethode, genoemd naar een Italiaan die met een wekker in de vorm van een tomaat, aan de slag ging: https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Pomodorotechniek. Wat houdt het precies in? Efficiënter werken en dus meer uit je werkdag halen door in grote blokken van 25 min te werken, met daarna telkens 5 min pauze. Na 5 x 25 min geconcentreerd werken, mag je een langere pauze nemen. De applicatie was gemakkelijk te downloaden dus ging ik aan de slag met mijn pomodorootje op een mooie maandagmorgen. Maandag is niet meteen mijn fitste werkdag, dus ging ik ervan uit dat mijn pomodoro me wel zou stimuleren om de dag goed en geconcentreerd door te brengen.

Hoe ga je te werk? Een eerste stap bij pomodoro bestaat erin je taken goed te omschrijven: wat wil je precies gedaan krijgen tijdens je werkdag? Hoeveel tijd heb je ervoor nodig? Ik ben een ongelofelijk slechte ‘timemanager’’: veel gedaan willen krijgen in te weinig tijd en er dus niet in slagen om die taak binnen de tijdspanne af te maken, daar ben ik specialist in…. Pomodoro legt dus de vinger op de wonde en kleeft er een uitdaging aan: slaag ik er deze keer in om mijn tijd goed in te schatten voor elke taak?

Daarna volgt een tweede test: werk ik 25 min geconcentreerd aan 1 taak of worden de 25 min ook besteed aan een amalgaam van taken, gaande van zaaltjes regelen voor een vergadering (geen 25 min voor nodig, dat weet ik dan wel goed in te schatten!) een paar mailtjes beantwoorden…ik maak dan maar een grote taak ‘e-mails beantwoorden’ om die amalgaam aan te pakken. Het kind moet ten slotte een naam krijgen.

Ik start mijn pomodoro applicatie op het werk, zet mijn oordopjes in en here we go! De eerste 25 min heb ik inderdaad geconcentreerd en fit kunnen werken (misschien ook wel te wijten aan ‘iets nieuws testen en er energie uit halen’). Alleen loopt de wekker af na 25 min, het signaal weerklinkt en daar schrik ik eventjes van aangezien ik in een open ruimte werk met vele andere collega’s en ik mijn experiment ietwat discreet wil uitvoeren. Ik kan het blijkbaar niet stopzetten, maar het is gelukkig een vrij korte ‘beep’ die na een paar seconden stopt. Oef. Tijd voor een zalige 5 minuten pauze waarin ik ga wandelen in de gang en een koffie neem.

Daarna klaar voor de volgende rondes. Het begint te wennen, 25 min werken, telkens 5 min hardverdiende pauze. Alleen heb ik daarna een vergadering gepland met een collega. Pomodoro zal niet veel uithalen, de vergadering duurt ruim een uur waarbij ik optimaal geconcentreerd moet blijven. Daarna is het al middag en knort mijn maag. Ik ben uit het pomodororitme geraakt, en ga nu toch een 30 tot 40 min lunchen (dat wordt dan de lange pauze na al mijn 25 minuutjes hard work in de ochtend). Na de lunch zet ik er mij met volle moed aan, maar pomodoro stelt ook een doel voorop: minimum 10 blokjes van 25 min werken halen, maar ik ben in de namiddag de tel kwijt. Bovendien daalt mijn productiviteit vanaf 14u: mijn lunchvertering vreet gretig aan mijn concentratie en ik begin hier en daar al vals te spelen. Ik werk langer door maar neem ook langer pauze…rond 15u30 geraak ik weer goed op gang en eindig ik de dag min of meer in pomodoro ritme.

Wat heb ik eruit geleerd? Ik vond het chronometer idee wel zeer leuk, je deelt je dag in en ziet wat je er uit haalt (in minuten althans). Maar pomodoro volgt niet altijd mijn eigen ritme waardoor ik er creatief mee begin om te springen. Pomodoro jaagt ook geen mensen aan je bureau weg, of slaat de telefoonhoorn niet genadeloos dicht wanneer je wil doorwerken, of wuift last minute deadlines niet weg…hij zal wel een bondgenoot blijven maar ik zet hem af en toe aan de kant. Gezellig genieten van een langere koffiepauze of een uurtje goed doorwroeten, dat kan beslist geen kwaad.

Talentenjacht

Een niet te onderschatten onderdeel van een jobzoektocht, is de onvermijdelijke “talentenjacht”, maw, de eigen talenten in kaart brengen en aanprijzen. Het internet staat bol van tips, testen die je kunt afleggen. Ik heb lang gewroet, gezocht, aangekaart en rondgevraagd…wat er allemaal in dit hoofd, lijf en leden zit. Niets zo moeilijk als jezelf in de spiegel te zien, een samenhangend verhaal te maken van talenten, competenties, kwaliteiten, deugden.

Ten eerste: via een competentie test die mij de hoofdweg moet wijzen naar mijn persoonlijkheid aan de hand van een aantal competenties. Ik kom eruit als een rebel, een beetje een tegendraadse meid maar die wel met ideeën en de nodige creativiteit professioneel aan de slag gaat. Ach zo, ik mag dus wel een beetje rebels zijn maar dat moet dan wel passen in de juiste job. Dus wil ik waarschijnlijk graag mijn eigen baas zijn, of iets dergelijks. Dat kan inderdaad wel het geval zijn, ik zal het wel nog even moeten uitspitten.

Ten tweede: welke vaardigheden zijn uw sterke vaardigheden? Ik heb het hele rijtje ‘cijferen, rekenen, boekhouden, statistiek’ overboord gegooid, en raak lichtjes in paniek. Geen wiskundeknobbel, waarschijnlijk gaat mijn IQ daarvan ook duizelen. Gelukkig bestaat er nog zoiets als ‘emotionele intelligentie’, misschien red ik het daarmee wel.

Ten derde: hoe ziet u zichzelf over een paar jaar en welke competenties wilt u daarvoor inzetten? Een echte hoofdbreker, ik dacht dat ‘carpe diem’ de nieuwe trend was, maar misschien heb ik het bij het verkeerde eind. Nu moet ik beginnen na te denken over hoe ik mijn talenten kan inzetten voor mijn toekomstige doel. Ik krijg er al een beetje hoofdpijn van, en een lichte hyperventilatieaanval komt aanzetten. Ik ben na die testjes toch wel een beetje het noorden kwijt. Geen evidente opgave, die ‘multitalentenspiegel’.

Ik besluit dan vooral rustig te ademen, mezelf tijd te geven om de puzzelstukjes in elkaar te laten vallen van mijn talentenspectrum.

En af en toe een glaasje wijn helpt ook.

Wanneer pendelen een troost wordt

Sinds ettelijke jaren- dat zijn er al zo’n bijna 10 – pendel ik naar mijn werk. Een niet te onderschatten fractie van tijd die opgaat in het rustig neerzitten op een treinstoel, in de mate dat er een treinstoel beschikbaar is natuurlijk. Het is een stuk ‘verloren’ tijd die ik ‘nuttig’ wil besteden, want zo’n uurtje per dag pendelen – en ik klaag niet, dat is bijgot al niet zo veel – is toch alweer snel voorbij.

Ik weet niet hoe ik het klaarspeel, maar het blijft voor mezelf een uitdaging om dat uurtje door te brengen op een manier dat ik het niet als een ‘onproductief’ uurtje beschouw. Dat is natuurlijk een individuele keuze, niets staat mij in de weg om een dutje te doen, wat natuurlijk niet onproductief is als ik daarna met tonnen energie aan de slag wil thuis. Of gewoon uit het raam turen, met volle aandacht het landschap bewonderen, zonder meer, een beetje rust voor de geest zodat ik thuis vol mentale energie mijn andere activiteiten kan aanvatten.

Maar om een of andere reden zie ik mezelf niet dutten of turen, om een of andere koppige reden wil ik dat jachtige ritme van de werkdag ook in de trein blijven bestendigen. Slow motion wil maar niet intreden.

Op mijn lijstje staat als treinactiviteit o.a. studeren voor de avondschool, de verschillende krantenwebsites raadplegen zodat ik het nieuws van de dag ook mee kan vertellen aan vrienden en familie, mijn hele reeks kookboeken die stof vergaren, ‘ontstoffen’ en raadplegen voor gezonde recepten, een actieplan opstellen voor efficiënter en beter werken, enz. enz. het houdt eigenlijk niet op, dat druk bezig zijn, en eigenlijk ging ik ervan uit dat heel wat van mijn medependelaars in dezelfde cadans zaten. Het kwam zelfs zover dat ik mezelf strafte, want ik had te weinig uitgespookt in de trein, ik had vooral zitten turen door het raam. En ik vond voor mezelf dat daar iets mis mee was. Waarom zou ik nu eindelijk niet de laatste filmrecensies kunnen lezen tijdens dat uurtje, of gewoon wat studeren voor de avondschool? Daar zou ik toch veel meer mee zijn?

Er kwam troost uit onverwachte hoek. Op een zeer warme zomerdag, toen ik na een dag werken in een hittegolf (en te weinig afgekoeld door air conditioning) neerzat op mijn treinzitje, de kleren voelde plakken aan m’n lichaam en mijn ogen met moeite kon openhouden, dacht ik bij mezelf dat mijn verdiende standbeeld voor ‘moed & doorzetting’ wel mocht neergehaald worden. En ik was kwaad op mezelf. Verveeld keek ik rond, mijn buurman naast me had wel the Economist op z’n schoot liggen, met oortjes in z’n oren zodat hij alleen door muziek afgeleid kon worden tijdens zijn lectuur. Toen keek ik nog eens. En nog eens. En nog eens. De buurman had the Economist nog altijd opengeslagen op dezelfde bladzijde, maar hij tuurde naar buiten, naar het landschap, hij bleef turen en turen.

Het was een warme, mooie dag, en de avond die straks zou invallen, deed me stralen. Ik had eigenlijk net zoals de anderen mee getuurd door het raam, en genoten van die mooie dag. En eigenlijk was daar niets verkeerd mee.